Voorwaarden verbonden aan de toegang tot het beroep

  • Bij indiensttreding ben je minstens 3 jaar houder van een rijbewijs cat. B.

  • Je kan een getuigschrift van goed gedrag en zeden model 2 kunnen voorleggen.

  • Je bent de laatste 3 jaar niet vervallen van het recht om een motorvoertuig te besturen (behalve bij uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten).

  • Je hebt geen veroordelingen opgelopen (zie wettekst artikel 12).

  • Je bent houder van een attest van rijgeschiktheid (medische schifting). Dit onderzoekt wordt uitgevoerd door een arbeidsgeneesheer.

  • De functie van praktijklesgever is niet verenigbaar met de functie van tolk bij het theorie-examen, en met de functie in een technische controle van motorvoertuigen

  • In voorkomend geval (ambtenaren, politiediensten, ..) is er toelating nodig van je hiërarchische overste om les te mogen/kunnen geven in een erkende rijschool.

  • Je bent houder van een stagetoelating uitgereikt door de bevoegde overheid na welslagen voor het schriftelijke en mondelinge examen.

Opleiding

Je kan een opleidingscursus volgen bij een erkend opleidingscentrum, waar de docenten dankzij hun jarenlange ervaring in de rijschoolsector garant staan voor een échte beroepsopleiding. Zo word je optimaal voorbereid voor de examens.

De opleidingscursus bestaat uit drie modules:

  • Module 1: verkeersreglementering : min. 60 lesuren

  • Module 2: automechaniek: min. 30 lesuren

  • Module 3: methodieken: min. 30 lesuren

Het is ook mogelijk de leerstof via zelfstudie in te studeren.
Wil je echter aanspraak maken op stageduurvermindering (zie verder), moet je de drie modules in een erkend opleidingscentrum gevolgd hebben.
Een overzicht van de eerstvolgende opleidingen vindt u in de opleidingskalender.

Examens

De examens worden ingericht door de bevoegde overheid, en bestaat uit een mondeling en een schriftelijk examen en een modelrijles (na de stage):

  • Schriftelijk examen

    • over de verkeersveiligheid: wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de politie over het wegverkeer (minimum slagingspercentage: 60 %)

    • over automechaniek, -techniek & -elektriciteit (minimum slagingspercentage: 50 %)

  • Mondeling examen

    • over de verkeersveiligheid: wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de politie over het wegverkeer (minimum slagingspercentage: 60 %)

    • over automechaniek, -techniek & -elektriciteit (minimum slagingspercentage: 50 %)

Om definitief te slagen moet je over het geheel van de vakken minstens 60% behalen.

Stage

Ben je geslaagd voor het schriftelijke en mondelinge examen, dan ontvang je van de overheid een aanvraag tot stagetoelating. Deze aanvraag moet je ingevuld terugzenden naar de bevoegde overheid, samen met een getuigschrift van goed gedrag en zeden model 2, en een fotokopie van je rijbewijs (recto-verso) waarop de medische keuring vermeld staat (vermelding bij bezoldigd vervoer op de keerzijde van je rijbewijs).
Hierna ontvang je stagetoelating en kan je de stage starten bij een erkende rijschool naar keuze. De stagetoelating is drie jaar geldig.

  • Duur van de stage

    De stage moet afgerond zijn binnen de 2 jaar na het afleggen van de examens. Lukt het niet binnen deze tijdspanne, moet je het mondelinge en schriftelijke examen opnieuw afleggen.
    De minimumduur van de stage is afhankelijk van het brevet. Voor brevet II is de minimumduur van de stage zonder opleidingscursus 300 uur.
    Heb je echter na 01/12/2004 op regelmatige basis een opleidingscursus gevolgd bij een erkend opleidingscentrum, kan je genieten van een bijzondere maatregel: de minimumduur van de stage wordt dan verminderd met 25%, en bedraagt dan voor brevet II 225 uur.
    Ben je al houder van een ander brevet, dan wordt de minimum stageduur met 1/3de verminderd.

  • Stageprogramma

    Het stageprogramma omvat:
    • basisprincipes van de werking van de rijschool

    • bijwonen van theorie-, praktijk- en evaluatielessen

    • onderricht, met inbegrip van de voorbereiding van de lessen en de evaluatie

    • inleiding in de organisatie van de examencentra

    • het bijwonen van praktijkexamens. Hierbij zijn volgende regels van toepassing:

      – je moet je stagetoelating aan de examinator tonen en dan kan je samen met de stagemeester de praktijkexamens bijwonen;
      – je neemt plaats achterin het lesvoertuig: de examinator kiest eerst zijn plaats en pas dan neem jij plaats in het voertuig;
      – tijdens het examen heb je dezelfde rechten en plichten als een gewone rijschoollesgever (geen toegang tot het privé-terrein, geen aanwijzingen op welke manier ook, geen invloed op het verloop van het examen).

      Opmerking: je mag ook onbeperkt zelfstandig je leerlingen begeleiden naar het praktijkexamen van zodra je directeur hiervoor groen licht geeft.

     

  • Verloop van de stage

    Minstens de helft van de voorziene stage-uren moet je presteren onder toezicht van een lesgever met minstens twee jaar ervaring, terwijl de helft van die uren door de stagemeester zelf moeten bijgewoond en begeleid worden.
    Er mogen dus maximum drie personen in het lesvoertuig plaatsnemen: de leerling, de stagiair en de stagemeester of de ervaren praktijklesgever.
    De stagemeester (of lesgever met twee jaar ervaring) moet aanwezig zijn bij de lessen die je als stagiair geeft, tot je stagemeester kan waarborgen dat je geschikt bent om een doeltreffend en nuttig onderricht te geven, en adequaat en gepast kan reageren bij gevaar tijdens de praktijkles.
    Je stagemeester neemt deel aan de voorbereiding van de lessen.
    Tijdens de stage houd je het formulier “Stageverloop” (zie Documenten verder) bij, dat op het einde van de stage ondertekend door jou en de stagemeester bij het stageattest wordt gevoegd.
    Opgelet! Wanneer de stage niet verloopt volgens bovenstaande voorwaarden, worden de stage-uren geannuleerd door de inspectiedienst van de bevoegde overheid.

  • Modelrijles

    Na het volbrengen van de stage ontvang je van de erkende rijschool een stageattest, waarmee jij of de erkende rijschool je kan inschrijven voor deelname aan de modelrijles. Je moet deze modelrijles afleggen binnen de geldigheidsduur van je stagetoelating.
    Ben je geslaagd voor je modelrijles? Proficiat, dan ben je rijschoollesgever brevet II!
    Slaag je niet voor je modelrijles, moet je je stage opnieuw beginnen. Houd er wel rekening mee dat je je stage moet afronden binnen de twee jaar na het afleggen van de examens. Bij het verstrijken van de twee jaar, moet je het mondelinge en schriftelijke examen opnieuw afleggen.

Ben je geslaagd voor het schriftelijke en mondelinge examen, dan ontvang je van de overheid een aanvraag tot stagetoelating. Deze aanvraag moet je ingevuld terugzenden naar de bevoegde overheid, samen met een getuigschrift van goed gedrag en zeden model 2, en een fotokopie van je rijbewijs (recto-verso) waarop de medische keuring vermeld staat (vermelding bij bezoldigd vervoer op de keerzijde van je rijbewijs).
Hierna ontvang je stagetoelating en kan je de stage starten bij een erkende rijschool naar keuze. De stagetoelating is drie jaar geldig.

  • Duur van de stage

    De stage moet afgerond zijn binnen de 2 jaar na het afleggen van de examens. Lukt het niet binnen deze tijdspanne, moet je het mondelinge en schriftelijke examen opnieuw afleggen.
    De minimumduur van de stage is afhankelijk van het brevet. Voor brevet II is de minimumduur van de stage zonder opleidingscursus 300 uur.
    Heb je echter na 01/12/2004 op regelmatige basis een opleidingscursus gevolgd bij een erkend opleidingscentrum, kan je genieten van een bijzondere maatregel: de minimumduur van de stage wordt dan verminderd met 25%, en bedraagt dan voor brevet II 225 uur.
    Ben je al houder van een ander brevet, dan wordt de minimum stageduur met 1/3de verminderd.

  • Stageprogramma

    Het stageprogramma omvat:
    • basisprincipes van de werking van de rijschool

    • bijwonen van theorie-, praktijk- en evaluatielessen

    • onderricht, met inbegrip van de voorbereiding van de lessen en de evaluatie

    • inleiding in de organisatie van de examencentra en het bijwonen van praktijkexamens

    Tijdens de stageperiode kan je maximaal vijf praktijkexamens bijwonen.
    Hierbij zijn volgende regels van toepassing:

    • je moet je stagetoelating aan de examinator te tonen en kan dan samen met de stagemeester de praktijkexamens bijwonen;

    • je neemt plaats achterin het lesvoertuig: de examinator kiest eerst zijn plaats en pas dan neem jij plaats in het voertuig;

    • tijdens het examen heb je dezelfde rechten en plichten als een gewone rijschoollesgever (geen toegang tot het privé-terrein, geen aanwijzingen op welke manier ook, geen invloed op het verloop van het examen).


  • Verloop van de stage

    Minstens de helft van de voorziene stage-uren moet je presteren onder toezicht van een lesgever met minstens twee jaar ervaring, terwijl de helft van die uren door de stagemeester zelf moeten bijgewoond en begeleid worden.
    Er mogen dus maximum drie personen in het lesvoertuig plaatsnemen: de leerling, de stagiair en de stagemeester of de ervaren praktijklesgever.
    De stagemeester (of lesgever met twee jaar ervaring) moet aanwezig zijn bij de lessen die je als stagiair geeft, tot je stagemeester kan waarborgen dat je geschikt bent om een doeltreffend en nuttig onderricht te geven, en adequaat en gepast kan reageren bij gevaar tijdens de praktijkles.
    Je stagemeester neemt deel aan de voorbereiding van de lessen.
    Tijdens de stage houd je het formulier “Stageverloop” (zie Documenten verder) bij, dat op het einde van de stage ondertekend door jou en de stagemeester bij het stageattest wordt gevoegd.
    Opgelet! Wanneer de stage niet verloopt volgens bovenstaande voorwaarden, worden de stage-uren geannuleerd door de inspectiedienst van de bevoegde overheid.

  • Modelrijles

    Na het volbrengen van de stage ontvang je van de erkende rijschool een stageattest, waarmee jij of de erkende rijschool je kan inschrijven voor deelname aan de modelrijles. Je moet deze modelrijles afleggen binnen de geldigheidsduur van je stagetoelating.
    Ben je geslaagd voor je modelrijles? Proficiat, dan ben je rijschoollesgever brevet II!
    Slaag je niet voor je modelrijles, moet je je stage opnieuw beginnen. Houd er wel rekening mee dat je je stage moet afronden binnen de twee jaar na het afleggen van de examens. Bij het verstrijken van de twee jaar, moet je het mondelinge en schriftelijke examen opnieuw afleggen.

Bijscholing

Als rijschoollesgever moet je jaarlijks minimum 12u verplichte bijscholing volgen om up-to-date te blijven met de laatste evoluties. De bijscholing moet betrekking hebben op een van volgende onderwerpen:

1. Wijzigingen van de reglementering betreffende de verkeersveiligheid in de brede zin en verdieping van de examenleerstof om een brevet te behalen;
2. Begrippen en methodologie van de organisatie van het theoretisch en praktisch onderricht;
3. Begrippen en maatregelen tot bevordering van de verkeersveiligheid en de mobiliteit in het raam van de duurzame ontwikkeling.

Een bijscholing maakt deel uit van een cyclus van drie jaar.
Dit betekent dat deze drie onderwerpen over een periode van drie jaar mogen gespreid worden, waardoor je je jaarlijks kan verdiepen in een bepaald onderwerp.
Op het einde van de 3-jarige cyclus moeten de drie onderwerpen (punten 1 t.e.m. 3) aan bod gekomen zijn.

Contracten en statuut

  • Stageperiode (werkzoekenden): IBO (individuele beroepsopleiding)

  • Statuut: bediende (Aanvullend Nationaal Paritair Comité 218.0)

  • Voltijdse betrekking: 38 u/week – variabel uurrooster

  • Deeltijdse betrekking: x u/week – variabel uurrooster

  • Losse medewerker: volgens noodwendigheid (enkel in combinatie met hoofdbetrekking of brugpensioen)

Vergoedingen

  • Volgens barema PC 200 01/01/2017, loonschaal 1 klasse C (praktijk) of klasse D (theorie)

  • Praktijklesgever: baremaloon 2.364,95 euro bruto/maand (voltijdse tewerkstelling) of 14,361 euro bruto/uur

  • Theorielesgever: baremaloon van 14,361 euro bruto/uur tot 16,382 euro bruto/uur

  • Deeltijdse tewerkstelling: brutovergoeding pro rata

  • Lesgevers die minder dan 1 jaar werkzaam zijn in dezelfde onderneming vallen onder loonschaal I 

  • Lesgevers die 1 jaar en langer werkzaam zijn in eenzelfde onderneming vallen onder loonschaal II